
Drachtkalender
Een drachtkalender is een overzicht van de bloeiperiodes van planten die nectar en/of stuifmeel leveren aan honingbijen en andere bestuivers. Imkers gebruiken een drachtkalender om te zien welke voedselbronnen gedurende het bijenseizoen beschikbaar zijn en wanneer er mogelijk een periode met weinig voedselaanbod ontstaat.
De planten die nectar en/of stuifmeel leveren noemen we drachtplanten. Samen vormen deze planten de bijenweide.
Waarvoor gebruik je een drachtkalender?
Honingbijen zijn voor hun voedsel afhankelijk van bloeiende planten in de omgeving van het bijenvolk. Nectar levert vooral koolhydraten, terwijl stuifmeel onder andere de eiwitten en vetten levert die nodig zijn voor de ontwikkeling van jonge bijen.
Een goede stuifmeelvoorziening is belangrijk voor de groei, gezondheid en overleving van een bijenvolk.
Met een drachtkalender krijg je inzicht in het voedselaanbod gedurende het bijenseizoen. Je ziet bijvoorbeeld wanneer belangrijke voorjaarsbronnen zoals wilg en paardenbloem bloeien, wanneer de linde dracht geeft en welke voedselbronnen later in het seizoen beschikbaar zijn.
Voor een imker is dat nuttige informatie. De ontwikkeling van een bijenvolk volgt namelijk voor een belangrijk deel het voedselaanbod in zijn omgeving.
Wat staat er in een drachtkalender?
In een drachtkalender worden belangrijke drachtplanten gekoppeld aan hun bloeiperiode.
Je kunt daarbij bijvoorbeeld noteren:
- naam van de drachtplant;
- begin van de bloei;
- einde van de bloei;
- waarde als nectarbron;
- waarde als stuifmeelbron;
- hoeveelheid waarin de plant in de omgeving voorkomt.
Een enkele paardenbloem is voor een bijenvolk bijvoorbeeld minder interessant dan een weiland dat in het voorjaar vol paardenbloemen staat. Niet alleen de soort, maar ook de hoeveelheid beschikbare bloemen bepaalt dus de waarde van een drachtbron.
Een drachtkalender verschilt per omgeving
Er bestaat niet één drachtkalender die voor iedere bijenstand klopt.
Welke planten voorkomen en wanneer ze bloeien verschilt per streek. Ook bodem, beheer en weersomstandigheden hebben invloed op de bloei. De beschikbaarheid van dracht kan daardoor van plaats tot plaats en van jaar tot jaar verschillen. Ook in de vakliteratuur wordt benadrukt dat drachtomstandigheden sterk afhankelijk zijn van de plaats waar bijenvolken staan en van de weersomstandigheden.
Een algemene drachtkalender is daarom vooral een hulpmiddel.
Voor een imker is een lokale drachtkalender van de eigen bijenstand veel waardevoller.
Door gedurende meerdere jaren te noteren wat er rondom je bijenstand bloeit, ontstaat uiteindelijk een steeds betrouwbaarder beeld van de lokale bijenweide.
Wat is een drachtpauze?
Een drachtkalender maakt ook zichtbaar wanneer er weinig nectar en stuifmeel beschikbaar is. Zo'n periode wordt een drachtpauze of drachtarme periode genoemd.
Een gezond bijenvolk kan een korte drachtpauze overbruggen door gebruik te maken van de voedselvoorraad in het nest. Langere perioden met weinig voedsel kunnen wel gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het volk.
Drachtarme perioden verschillen per omgeving. In delen van Nederland kan bijvoorbeeld na de hoofddracht in de zomer een periode ontstaan waarin relatief weinig voedsel beschikbaar is.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoeveel bloemen er rondom een bijenstand staan, maar vooral naar de spreiding van de bloei over het hele bijenseizoen.
Drachtkalender en bijengezondheid
Een drachtkalender is niet alleen handig om te voorspellen welke honing je kunt vetrwachten.
Hij geeft belangrijk inzicht in een van de basisvoorwaarden voor een gezond bijenvolk: voldoende en gevarieerd voedsel.
Vooral een goede stuifmeelvoorziening is belangrijk. Stuifmeel levert voedingsstoffen die jonge werksters nodig hebben voor hun ontwikkeling en speelt daarmee een belangrijke rol in de gezondheid van het volk. Een goede stuifmeelvoorziening is cruciaal voor de groei, gezondheid en overleving van bijenvolken.
Een drachtkalender helpt je dus bij het beoordelen of de omgeving voldoende voedsel biedt.
Door de bijenweide in kaart te brengen krijg je inzicht in wat er gedurende het bijenjaar voor je bijen beschikbaar is. Je kunt vervolgens rekening houden met drachtpauzes of proberen het voedselaanbod te verbeteren door juist planten, struiken en bomen aan te planten die in voedselarme perioden bloeien.
Zelf een drachtkalender maken
Een lokale drachtkalender maken is niet ingewikkeld. Je brengt de omgeving van je bijenstand in kaart en noteert gedurende het bijenseizoen welke belangrijke drachtplanten bloeien en wanneer de bloei begint en eindigt.
Na enkele jaren ontstaat zo een kalender die specifiek is voor jouw eigen bijenstand.
Wil je hiermee aan de slag? In mijn artikel Drachtkalender maken: breng de bijenweide in kaart in 3 stappen leg ik stap voor stap uit hoe je zelf een lokale drachtkalender maakt.
Kort samengevat
Een drachtkalender:
- geeft de bloeiperiodes van belangrijke drachtplanten weer;
- laat zien wanneer nectar en stuifmeel beschikbaar zijn;
- helpt drachtpauzes herkennen;
- geeft inzicht in de bijenweide rondom een bijenstand;
- helpt de ontwikkeling van bijenvolken beter te begrijpen;
- kan worden gebruikt om het lokale voedselaanbod voor bijen te verbeteren.
Een algemene drachtkalender is handig als naslagwerk, maar voor een imker is een zelfgemaakte lokale drachtkalender uiteindelijk het meest waardevol.
