Page content

Aalster methode

De Aalster methode is  de eerste systematische bedrijfsmethode voor de kastimkerij in Nederland. De grondslag van de Aalster methode werd omstreeks 1950 gelegd in het Brabantse dorp Aalst. Deze inmiddels historische methode was bedoeld om met meer succes bijen te houden in een periode, na de korfimkerij, waarin de kastimkerij definitief was doorgebroken.

Belangrijkste handelingen van de Aalster methode:

  1. Na de voorjaarsdracht wordt een veger gemaakt.
  2. In het hoofdvolk word op redcellen een nieuwe koningin gekweekt.
  3. Aan het begin van de zomer- en najaarsdracht wordt de veger gebruikt om het hoofdvolk te versterken.
  4. Hoofdvolk en veger worden apart overwinterd.
  5. In het voorjaar worden hoofdvolk en veger verenigd.

Veger maken

Met de Aalster methode voorkom je het afkomen van een voorzwerm door vlak voor de zwermtijd een veger te maken in een zesramer. De veger met de oude koningin blijft naast het hoofdvolk staan.

Zonder koningin zal het hoofdvolk, waar de veger van afgenomen is, redcellen aanzetten om nieuwe koninginnen te kweken. Na twaalf dagen zal de eerste koningin uitlopen. Je wacht het tuten en kwaken af en op de avond van de twaalfde of dertiende dag na het afnemen van de veger breek je alle redcellen. Er blijft een jonge koningin over en er komen geen nazwermen af. Zes weken na het afnemen van de veger is de jonge koningin aan de leg en meestal heeft ze al gesloten broed.

Hoofdvolk versterken

Omdat je de veger maakt in een zesramer, heeft het weinig ruimte om te groeien. Zo’n veger kan na zes weken weer zwermplannen krijgen. Om te voorkomen dat de veger gaat zwermen, moet je het verzwakken. Vanaf het moment dat het hoofdvolk gesloten broed heeft laat je bij goed vliegweer de veger afvliegen op het hoofdvolk. Het hoofdvolk wordt zo versterkt. Er moet dracht zijn, anders worden de afvliegende bijen niet geaccepteerd.

Tijdens de zomerdracht kan je het hoofdvolk nogmaals versterken door ramen met uitlopend broed uit de veger over te hangen in het hoofdvolk. De veger wordt dan nog eens verzwakt. Het hoofdvolk haalt de oogst binnen, terwijl de veger weer op krachten komt.

Overwinteren

Half september moeten bijen van de veger zes ramen vol bezetten en minimaal vier volle ramen broed hebben. Zo’n veger is sterk genoeg om te overwinteren.

Verenigen

In het volgende voorjaar, verenig je de veger met het hoofdvolk. Doe dat vóór de fruit- en koolzaaddracht. Zo heb je een sterk bijenvolk, die een goede oogst kan binnenhalen.

 

    Comment Section

    2 reacties op “Aalster methode


    Door Bart Vos op 28 mei 2018

    Misschien is de methode inderdaad historisch te noemen maar is wel helder in zijn eenvoud en begrijpelijk voor een startende imker. Bovendien is het een uitstekend startpunt om andere bedrijfsmethodes uit te voeren of een eigen methode te ontwikkelen.


    Door Jeroen Vorstman op 28 mei 2018

    Beste Bart, bedankt voor je reactie. Een veger maken is zeker een makkelijk aan te leren en uit te voeren methode om een kunstzwerm te maken. Daarmee is dat onderdeel van de Aalster methode nog steeds actueel 😉

    Plaats een reactie


    *