
Ik ben geen liefhebber van kleine bevruchtingskastjes.
Kleine bevruchtingsvolkjes zijn kwetsbaar, vragen extra aandacht en de kleine raatjes passen niet in de kasten waarmee je normaal imkert. Toch ontkom je er soms niet aan. Zeker wanneer je een raszuivere koningin koopt, wordt deze vaak geleverd in een klein bevruchtingskastje
In mijn geval gaat het om raszuivere koninginnen van de zwarte bij, Apis mellifera mellifera. Daarmee wil ik meer ervaring opdoen.
Maar hoe voer je zo’n vreemde koningin veilig in als ze met haar kleine volkje in een Kielerkastje zit?
Geen bevruchtingsvolkje, maar een paringsvolkje
Meestal wordt gesproken over een bevruchtingsvolkje of bevruchtingskastje. Eigenlijk klopt dat niet helemaal.
De jonge koningin paart tijdens haar bruidsvluchten met meerdere darren. Het sperma slaat ze op in haar spermatheek. De daadwerkelijke bevruchting vindt pas later plaats, op het moment dat ze een eitje legt.
Daarom spreek ik liever van een paringsvolkje.
Ik heb vier koninginnen gekregen in Kielerkastjes. Dit zijn kleine kastjes met toplatjes waaraan de bijen zelf raat bouwen. Ze zijn geschikt om een jonge koningin te laten paren en vervolgens te controleren of ze goed aan de leg is.
Maar erg praktisch om mee te verenigen zijn ze niet.
Waarom je een Kieler paringsvolkje niet direct kunt overhangen
De toplatjes uit een Kielerkastje zijn veel kleiner dan de ramen uit een gewone bijenkast. Je kunt het volkje daarom niet simpelweg overhangen in een broedkamer.
Ook kun je niet zomaar een broedkamer op het paringskastje zetten met een krant ertussen. Er is een tussenstap nodig.
De nieuwe koningin moet tijdens het verenigen op haar eigen raat zitten omgeven daar haar eigen dochters. Tegelijkertijd moeten de bijen uit het paringsvolkje en het ontvangende volk langzaam aan elkaar kunnen wennen.
Daarvoor heb ik een eenvoudige oplossing.
[Foto: Kielerkastje met het paringsvolkje en de kleine toplatjes]
Eerst controleren of de nieuwe koningin goed aan de leg is
Voordat ik begin, controleer ik het Kielerkastje zorgvuldig.
Ik kijk niet alleen of de koningin aanwezig is, maar vooral of ze goed aan de leg is. Ik wil eitjes, jonge larven en gesloten broed zien. Pas dan weet ik dat de koningin goed functioneert en het paringsvolkje geschikt is om te verenigen.
Gelukkig was dit bij alle vier de zwarte koninginnen het geval.
Een koningin die al aan de leg is, wil je natuurlijk niet onnodig lang in zo’n klein kastje laten zitten. Tegelijkertijd wil je bij het invoeren geen onnodig risico nemen.
De oude koningin tijdelijk apart zetten
Vervolgens zoek ik in het ontvangende volk de koningin op die vervangen moet worden.
Ik haal haar uit het volk en zet haar voorlopig even apart in een zesraamskastje met twee ramen met broed en de opzittende bijen en met voldoende voedsel.
Ik dood de oude koningin dus niet. Daar kies ik bewust voor.
Het verenigen met een nieuwe koningin kan immers mislukken. Wanneer zij niet wordt aangenomen, is het achtergebleven volk niet direct hopeloos verloren. Op jonge larven kunnen de bijen nog redcellen aanzetten en zelf een nieuwe koningin opkweken.
Maar in zo’n situatie is het veel eenvoudiger de oorspronkelijke koningin terug te geven.
Dat geldt natuurlijk alleen wanneer de oude koningin goed functioneert en het bijenvolk gezond is. Wil je haar vervangen omdat het volk erg agressief is of achterblijft ontwikkeling (als gevolg van een slechte koningin) dan kan je haar haar het beste direct doden. Daarvoor sluit je haar op in een moerkluisje. Het moerkluisje leg je 24 uur in de koelkast.
In mijn geval vervang ik de koningin vooral omdat ik ervaring wil opdoen met zwarte bijen. Dan is het zonde om een goede koningin meteen te doden.
Als de vereniging met de zwarte koninginnen slaagt, kan ik met de oude koningin in het zesramertje nog tot een volwaardig reservevolk opbouwen.
Door de oude koningin tijdelijk apart te houden, heb ik dus extra zekerheid. Pas wanneer ik weet dat de nieuwe koningin werkelijk is geaccepteerd, beslis ik wat ik met de oude koningin doe.
Het paringsvolkje boven op het hoofdvolk plaatsen
Op de broedkamer van het nu moerloze volk leg ik een vel krantenpapier. Daaroverheen plaats ik een moerrooster. Dat rooster voorkomt tijdens het opbouwen dat de krant verschuift of wegwaait.
Vervolgens zet ik een honingkamer op het volk.
In deze honingkamer leg ik twee (top)latjes. Deze overspannen de volledige breedte van de honingkamer en vormen samen de liggers voor de toplatjes uit het Kielerkastje.
Daarna haal ik de raatjes met de zwarte koningin, het broed en de bijen voorzichtig uit het paringskastje. De kleine toplatjes leg ik dwars op de twee toplatten in de honingkamer.
Zo hangt het volledige paringsvolkje boven het grote bijenvolk, terwijl beide volken nog door het krantenpapier van elkaar worden gescheiden.
Daarna sluit ik de kast af met een dekplank en een dak.

De bijen rustig laten verenigen
Nu is het afwachten.
Ik laat het volk ongeveer een week volledig met rust.
De bijen knagen door het krantenpapier heen. Daardoor komen beide volken geleidelijk met elkaar in contact en kunnen de geuren zich mengen. Dat maakt deze manier van verenigen veiliger dan wanneer je de bijen direct bij elkaar brengt.
Na enige tijd verschijnen er stukjes krant en houtachtige pulp voor de vliegopening. Dat is een teken dat de bijen het papier hebben weg geknaagd en contact met elkaar hebben gemaakt.
Toch open ik de kast niet direct.
Geduld is bij het invoeren van een nieuwe koningin belangrijker dan nieuwsgierigheid.

Controleren of de nieuwe koningin is geaccepteerd
Na een week open ik de kast voorzichtig. Ik gebruik zo weinig mogelijk rook om zoveel mogelijk de rust in het volk te bewaren.
De zwarte koningin bevindt zich nog steeds in de bovenste honingkamer. Door het moerrooster kan ze niet naar de broedkamer beneden.
Ik controleer nu twee dingen:
- Is de koningin nog aanwezig?
- Is ze nog steeds aan de leg?
In de honingkamer zie ik inmiddels een mengeling van bijen met verschillende kleuren. De bijen uit het Kielerkastje en het ontvangende volk lopen door elkaar. Ook vind ik verse eitjes.
Dat zijn voor mij duidelijke aanwijzingen dat de vereniging is geslaagd en de nieuwe koningin door het volk is geaccepteerd.
De nieuwe koningin naar de broedkamer verplaatsen
Nu kan de koningin naar beneden.
Ik vang haar voorzichtig en laat haar onder het moerrooster los in de broedkamer. Daar kan ze verdergaan met leggen en een nieuw broednest opbouwen.
Vanaf dat moment verandert het volk langzaam van samenstelling. De aanwezige werksters zijn nog afkomstig van de vorige koningin, maar het nieuwe broed is van de zwarte koningin.
Naarmate de oude werksters verdwijnen en het nieuwe broed uitloopt, verandert het volk steeds verder in een volk met zwarte bijen.
Dat gaat niet van vandaag op morgen.
Maar de verandering is begonnen.
De kleine raatjes nog drie weken laten hangen
Het moerrooster laat ik voorlopig op zijn plaats liggen.
In de honingkamer hangen namelijk nog de kleine raatjes uit het Kielerkastje. Daarin zit broed van verschillende leeftijden. Omdat de koningin tot het moment van verplaatsen boven het moerrooster eitjes kon leggen, laat ik deze raatjes nog drie weken hangen.
Een werkster ontwikkelt zich in 21 dagen van eitje tot volwassen bij. Na drie weken moet daarom al het werksterbroed in de kleine raatjes zijn uitgelopen.
Daarna kan ik de honingkamer verwijderen.
Als er buiten nog voldoende te halen valt, zet ik er een gewone honingkamer voor in de plaats. Vervolgens laat ik het volk zoveel mogelijk met rust.
Een veilige manier om een nieuwe koningin in te voeren
Ik ben geen voorstander van kleine paringsvolkjes. Maar soms is een nieuwe koningin nu eenmaal alleen op deze manier verkrijgbaar.
Dan biedt deze methode een veilige oplossing.
De nieuwe koningin blijft tijdens het verenigen op haar eigen raat en omgeven door haar eigen bijen. Beide volken krijgen de tijd om langzaam aan elkaar te wennen. Bovendien kun je controleren of de koningin is geaccepteerd voordat je haar in de broedkamer loslaat.
Door ook de oude koningin tijdelijk achter de hand te houden, bouw je nog wat extra zekerheid in.
Want het invoeren van een nieuwe koningin blijft altijd spannend.










