
Hoe gewone tuin uitgroeide tot natuurtuin en bijentuin met meer dan 160 diersoorten.
Onze natuurtuin en bijentuin ligt in Hoogblokland, een pittoresk dorpje aan de rand van het Groene Hart in Zuid-Holland. Een groene omgeving, maar het uitgestrekte agrarisch landschap van weilanden en maïsakkers heeft bestuivers weinig te bieden.
Toen we hier twaalf jaar geleden kwamen wonen besloten we het anders aan te pakken.
Een groot deel van de tuin laten we sindsdien verschralen door het maaisel af te voeren. Hierdoor krijgen bloemen steeds meer kans tot ontwikkeling te komen. Daarnaast hebben we zaden verzameld van wilde planten uit de bermen in de omgeving en deze in onze tuin uitgezaaid. De natuur doet vervolgens de rest. Jaar na jaar verschijnen nieuwe plantensoorten en neemt de variatie toe.
Met een oppervlakte van bijna 2.000 vierkante meter is onze tuin inmiddels uitgegroeid tot een klein natuurgebied. Vanaf het vroege voorjaar tot en met de nazomer staat er altijd wel iets in bloei. Belangrijk voor onze bijen en wilde bestuivers, maar ook vogels, zoogdieren, amfibieën en tal van andere insecten.
Een tuin vol leven
Iedere keer wanneer als ik door de tuin loop, ontdek ik weer iets nieuws. Sommige soorten zie ik vrijwel dagelijks, andere slechts een enkele keer. Juist dat maakt het zo leuk: je weet nooit wat je tegenkomt.
In de loop der jaren heb ik alle waarnemingen bijgehouden. Het zijn losse waarnemingen en niet om systematische tellingen. De lijst geeft daarom geen volledig beeld van alle aanwezige soorten, maar laat wel zien hoeveel leven er is in een natuurvriendelijke.
Vooral het aantal bestuivers springt eruit.
Tot nu toe heb ik 72 soorten bestuivers waargenomen, waaronder:
- 35 soorten wilde bijen;
- 18 soorten dagvlinders;
- 8 soorten zweefvliegen;
- 10 soorten wespen;
- 1 keversoort.
Daarnaast heb ik ook waarnemingen van vogels, zoogdieren, libellen en andere dieren in de tuin bijgehouden.
Alle waargenomen soorten in onze natuurtuin - bijentuin
De onderstaande lijst bevat soorten die de afgelopen jaren in onze tuin zijn waargenomen. Het gaat om losse waarnemingen en niet om systematische tellingen. De lijst wordt aangevuld zodra er nieuwe soorten worden ontdekt.
Vogels — 73 soorten
- Holenduif
- Aalscholver
- Merel (nestelend)
- Zanglijster (zingend)
- Zwartkop (zingend)
- Zwarte mees
- Koolmees (broedend)
- Pimpelmees (broedend)
- Putter (zingend)
- Groenling (broedend)
- Tjiftjaf (broedend)
- Winterkoning (broedend)
- Houtsnip
- Houtduif (broedend)
- Turkse tortel
- Groene specht
- Grote bonte specht
- Goudhaan
- Wilde eend (broedend)
- Visdief
- Sperwer
- Buizerd
- Huismus
- Ringmus
- Waterhoen (broedend)
- Roek
- Ekster (broedend)
- Zeearend (overvliegend)
- Kauw (broedend)
- Gaai
- Vink (broedend)
- Spreeuw
- Roodborst
- Boerenzwaluw
- Gierzwaluw
- Zwarte kraai
- Ooievaar (overvliegend)
- Staartmees
- Boomkruiper
- Tuinfluiter
- Lepelaar (overvliegend)
- Wulp (overvliegend)
- Purperreiger (overvliegend)
- Torenvalk
- Steenuil
- Sijs
- Keep
- IJsvogel
- Meerkoet
- Heggenmus
- Knobbelzwaan (broedend)
- Gekraagde roodstaart
- Ransuil
- Bosuil
- Slechtvalk (overvliegend)
- Spotvogel (zingend)
- Grote zilverreiger
- Koperwiek
- Kramsvogel
- Grutto (overvliegend)
- Scholekster (overvliegend)
- Fazant
- Grauwe gans (overvliegend)
- Smient (overvliegend)
- Witte kwikstaart
- Krakeend
- Grauwe vliegenvanger (zingend)
- Zilverplevier (overvliegend)
- Huiszwaluw
- Vuurgoudhaan
- Bonte vliegenvanger
- Blauwe reiger
- Wintertaling
Bestuivers — 72 soorten
Hommels
- Weidehommel (nestelend)
- Gewone koekoekshommel
- Steenhommel (nestelend)
- Akkerhommel
- Veldhommel
- Boomhommel (nestelend)
- Aardhommel (nestelend)
- Tuinhommel
Wilde bijen
- Vosje (nestelend)
- Grote wolbij
- Grote bladsnijder
- Grote bloedbij
- Fluitenkruidbij
- Gehoornde metselbij
- Bruine rouwbij
- Gewone sachembij
- Grote klokjesbij
- Groefbij (Lasioglossum sp.)
- Maskerbij sp.
- Rosse metselbij
- Witbaardzandbij
- Zwart-rosse zandbij
- Roodgatje
- Grijze zandbij
- Grasbij
- Bonte viltbij
- Tuinbladsnijder
- Ranonkelbij
- Kattenstaartdikpoot
- Meidoornzandbij
- Tronkenbij
- Berijpte geurgroefbij
- Roodzwarte dubbeltand
- Andoornbij
- Tweekleurige zandbij
Vlinders
- Bont zandoogje
- Kolibrievlinder
- Landkaartje
- Distelvlinder
- Groot koolwitje
- Icarusblauwtje
- Oranjetipje
- Kleine vos
- Klein geaderd witje
- Boomblauwtje
- Citroenvlinder
- Atalanta
- Dagpauwoog
- Gehakkelde aurelia
- Argusvlinder
- Kleine vuurvlinder
- Koninginnenpage
Zweefvliegen
- Menuetzweefvlieg
- Gewone pendelvlieg
- Bosbijvlieg
- Kegelbijvlieg
- Grote langlijf
- Stadsreus
- Blinde bij
- Citroenpendelvlieg
Wespen
- Hoornaar (nestelend)
- Gewone wesp (nestelend)
- Aziatische hoornaar
- Middelste wesp
- Urntjeswesp sp.
- Duitse wesp
- Franse veldwesp
- Gewone goudwesp-complex
- Gewone vliegendoder
- Blauwgroene drietandgoudwesp
Kevers
- Penseelkever
Zoogdieren — 10 soorten
- Gewone dwergvleermuis
- Laatvlieger
- Gewone grootoorvleermuis
- Spitsmuis sp.
- Mol
- Egel
- Bosmuis
- Bruine rat
- Rosse woelmuis
- Bunzing
Libellen en juffers — 6 soorten
- Houtpantserjuffer
- Bruine glazenmaker
- Bruinrode heidelibel
- Paardenbijter
- Gewone oeverlibel
- Blauwe glazenmaker
Amfibieën — 5 soorten
- Bruine kikker
- Rugstreeppad
- Groene kikker-complex
- Kleine watersalamander
- Gewone pad
Honingbijen én wilde bestuivers
Misschien wel het mooiste aan deze soortenlijst is dat al deze bestuivers voorkomen in een tuin waar ook zeven honingbijenvolken staan.
Regelmatig wordt beweerd dat honingbijen en wilde bestuivers niet goed samen gaan. Onze tuin laat zien dat het wel kan. Een bloemrijke omgeving bied ruimte aan een grote diversiteit aan soorten. Natuurlijk zegt één tuin niet alles en is dit geen wetenschappelijk onderzoek. Maar het laat wel zien dat voldoende voedsel en bloeiende planten het verschil maken.
Voor mij is dat misschien wel de belangrijkste les van de afgelopen twaalf jaar: biodiversiteit begint niet met het uitsluiten van soorten, maar met het herstellen van leefgebied.
Ook jij kan het verschil maken
Je hebt geen natuurgebied nodig om de biodiversiteit te vergroten. Iedere bloemrijke tuin, hoe klein ook, levert een bijdrage. Door minder te maaien, maaisel af te voeren en te kiezen voor inheemse bloemen ontstaat stap voor stap een leefgebied waar steeds meer dieren gebruik van maken.









