Op zoek naar de Sahara-honingbij Apis mellifera sahariensis in Marokko
Jeroen Vorstman
07/16/2026
17 min
0

Op zoek naar de Sahara-honingbij – Een tweede zoektocht naar Apis mellifera sahariensis in Marokko

07/16/2026
17 min
0

Het is al donker wanneer ik Agadir achter me laat. Langzaam verdwijnen de laatste lichten van de stad in mijn achteruitkijkspiegel.

Dan ruik ik het.

Sinaasappelbloesem.

Sommige mensen nemen een souvenir mee naar huis. Voor mij is deze geur misschien wel het mooiste souvenir van Marokko. Eén keer opsnuiven is genoeg en ben ik weer terug.

Niet alleen in Marokko.

Maar ook in de herinneringen aan mijn vorige reis met Dorien en Joost.

Vorig jaar kwam ik hier voor het eerst om op zoek te gaan naar de Sahara-honingbij (Apis mellifera sahariensis). Een ondersoort waar verrassend weinig over bekend is. We reden van de Hoge Atlas door naar de Sahara en maakte kennis met imkers en een honingbij die zich thuis lijkt te voelen in een van de droogste gebieden van Noord-Afrika.

Maar ik kwam ook thuis met vragen.

Vrijwel alle literatuur beschrijft de Sahara-honingbij als een bewoner van de oasen langs de rand van de Sahara. Ook zou je ze herkennen zijn aan haar oranje kleur.

Toch bleef er iets knagen.

Klopt dat beeld eigenlijk wel?

Die vraag liet me niet meer los.

Daarom ben ik terug.

Waarom ik daarvoor duizenden kilometers reis?

Het eerlijke antwoord is dat ik niet alleen voor die honingbij ga.

Voor mij is de Sahara-honingbij veel meer dan een ondersoort die ik wil bestuderen. Ze verbindt alles wat ik mooi vind: onbekende gebieden en bijzondere landschappen ontdekken, planten en dieren observeren, fotograferen, lokale imkers ontmoeten, luisteren naar hun verhalen en uiteindelijk mijn eigen verhalen weer delen.

Deze keer heb ik bovendien hulp.

Via de Universiteit van Marrakesh kom ik in contact met onderzoekers van de faculteit Biologie. Samen maken we plannen om verschillende imkers te bezoeken.

Maar ik heb nog meer plannen.

Ik wil een kleine documentaire maken over deze bijzondere ondersoort en haar leefgebied. Ook hoop ik stuifmeelmonsters te verzamelen voor mijn onderzoek naar de voedselkeuze van bestuivers.

In mijn hoofd ziet het er allemaal prachtig uit.

Zoals zo vaak tijdens een reis loopt het uiteindelijk nét iets anders.

En misschien is dat juist wel het mooiste.

Mijn eerste overnachting ligt net voorbij Taroudant.

Het is inmiddels laat wanneer ik de riad bereik. De eigenaar wijst me mijn kamer, maar ik ben nog helemaal niet moe. Ik loop nog even de tuin in.

Nog geen vijf minuten later zit ik alweer gehurkt tussen de planten.

Ik hoor geritsel.

Een Afrikaanse groene pad kijkt me bewegingloos aan.

De reis is amper begonnen en ik ben alweer aan het struinen ;-)

De expeditie begint thuis

Eigenlijk begint deze reis niet in Marokko.

Maar maanden eerder.

Gewoon thuis, achter mijn bureau.

Wanneer de bestemming eenmaal vaststaat, verandert mijn kantoor in een kleine commandopost en bereid ik een reis voor als een militaire operatie.

Topografische kaarten liggen uitgespreid.

Avond na avond verschijnen er nieuwe markeringen op de kaarten. Rode stippen, vraagtekens en cirkels. Plekken waarvan ik denk: "Hier moet ik gaan kijken."

Een stapel boeken die steeds hoger wordt.

Veldgidsen over planten, vogels, reptielen en zoogdieren.

Alles wat ik onderweg zou kunnen tegenkomen, wil ik alvast leren kennen.

En natuurlijk lees ik alles wat ik kan vinden over de Sahara-honingbij Apis mellifera sahariensis.

Wetenschappelijke artikelen.

Oude publicaties.

Verspreidingskaarten.

Onderzoeksrapporten.

Hoe meer ik lees, hoe meer vragen er ontstaan.

Langzaam ontstaat een plan.

Niet alleen de plaatsen waar ik ga overnachten zet ik op de kaart.

Overal zet ik markeringen.

Een veelbelovende wadi.

Een plek waar volgens een oude publicatie ooit Sahara-honingbijen zijn waargenomen.

Waterbronnen waar waterhaalsters actief kunnen zijn.

Of simpelweg een plek waarvan ik denk:

 "Hier moet ik eens gaan kijken."

Misschien klinkt dat wat overdreven.

Maar juist die voorbereidingen maken voor mij een groot deel van de voorpret uit.

Wanneer ik uiteindelijk in Marokko aankom, voelt het landschap daardoor niet helemaal onbekend meer.

Alsof ik er al een beetje ben geweest.

En toch gebeurt er iedere reis weer hetzelfde.

De mooiste momenten blijken uiteindelijk niet altijd op de kaart te staan.

Misschien is dat wel precies waarom ik zoveel tijd besteed aan de voorbereiding.

Niet om alles vooraf vast te leggen.

Maar juist om onderweg ruimte te hebben voor het onverwachte.

Want uiteindelijk zijn het bijna altijd de dingen die je niet kunt plannen, die een reis onvergetelijk maken.

Langzaam is soms beter

De volgende ochtend rijd ik via de N7 door de Hoge Atlas richting Marrakesh.

Op de kaart lijkt het een eenvoudige route.

Dat blijkt optimistisch gedacht.

Vrijwel overal wordt aan de weg gewerkt. Vrachtwagens kruipen langzaam de bergen op, verkeersregelaars regelen het verkeer over tijdelijke rijbanen en af en toe staat alles gewoon uren stil.

Eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg.

Ik heb vakantie.

Sterker nog, hoe langzamer het gaat, hoe meer ik zie.

De Hoge Atlas is nog mooier dan ik me herinner.

Door de wadi's stroomt smeltwater kolkend naar beneden terwijl hoog boven mij de bergtoppen nog wit zijn van de sneeuw. De bermen staan vol bloemen. Moeilijk voor te stellen dat ik over een paar dagen door een bijna woestijnachtig landschap zal rijden.

Dan verandert de sfeer.

Ik passeer ingestorte huizen.

Noodwoningen.

Tentenkampen.

Een paar jaar geleden is dit gebied getroffen door een zware aardbeving. De gevolgen zijn nog overal zichtbaar.

Ik vraag me af hoe het zou zijn om hier te wonen.

Voor mij is dit een reis.

Voor de mensen die ik onderweg passeer is dit thuis.

Aan het einde van de middag doemt Marrakesh op.

Eerlijk gezegd zie ik er een beetje tegenop.

Autorijden in Marrakesh is... bijzonder.

Brommers komen overal tegelijk vandaan. Taxi's hebben altijd haast en voetgangers steken over waar en wanneer het ze uitkomt.

Morgen kan ik de auto gelukkig laten staan.

Een gedeelde nieuwsgierigheid

Nog voordat ik naar Marokko vertrek, krijg ik een bericht van de bijenonderzoeker van de Universiteit van Marrakesh.

Of ik, voordat we de bergen in trekken, eerst naar de universiteit wil komen om kennis te maken en naar een seminar wil komen. En... of ik misschien daar ook een lezing wil geven over mijn stuifmeelonderzoek van hommels.

Natuurlijk hoef ik daar niet lang over na te denken.

De ochtend na mijn aankomst rijd ik daarom niet gelijk door naar de bergen, maar naar meld ik mij bij de faculteit Biologie van de Universiteit van Marrakesh. Een studente haalt me op bij de ingang en neemt me mee naar het lokaal waar het seminar zal plaatsvinden.

Hoewel we uit verschillende landen komen en aan verschillende onderzoeken werken, delen we dezelfde nieuwsgierigheid.

Mijn verhaal gaat die ochtend niet over honingbijen.

Ik vertel over hommels.

Over het stuifmeel dat ze verzamelen, hoe je aan de hand daarvan kunt achterhalen welke planten belangrijk zijn voor verschillende soorten, en hoe dat inzicht kan geven in de concurrentie tussen soorten. Bijzonder om daar juist hier, in Marokko, over te mogen vertellen.

Na afloop worden er veel vragen gesteld. Niet alleen door studenten, maar ook door onderzoekers. Het gesprek gaat al snel verder dan hommels alleen. We praten over bestuivers, biodiversiteit en natuurlijk over de Sahara-honingbij (Apis mellifera sahariensis).

Wat me daarbij misschien nog wel het meest opvalt, is dat ook de onderzoekers niet alle antwoorden hebben.

En eerlijk gezegd vind ik dat misschien juist wel het mooiste.

Nieuwsgierigheid spreekt overal dezelfde taal.

Samen bespreken we de planning voor de volgende week. Er worden telefoontjes gepleegd, afspraken gemaakt en verschillende imkers benaderd. Langzaam krijgt de expeditie vorm.

Wanneer ik later die middag de universiteit uitloop, heb ik het gevoel dat de reis nu echt kan beginnen.

Niet alleen omdat de route vastligt.

Maar vooral omdat ik weet dat ik volgende week op pad ga met mensen die dezelfde passie hebben als ik.

Zuidwaarts

De volgende ochtend gaat de wekker vroeg.

Ik wil Marrakesh uit zijn voordat de stad wakker wordt.

Waar gisteren nog brommers, taxi's en voetgangers om iedere meter asfalt leken te vechten, zijn de straten nu verlaten. De zon komt net op wanneer ik de stad achter me laat.

Heerlijk.

Voor me liggen ruim 300 kilometers asfalt, bergen en uiteindelijk de droge landschappen van Zuid-Marokko.

Hoe verder ik rijd, hoe indrukwekkender de Hoge Atlas wordt. De besneeuwde toppen bepalen urenlang mijn horizon. De weg slingert naar de bergpas Tizi n'Tichka en daalt daarna af richting Ouarzazate. Onderweg stop ik af en toe om gewoon even rond te kijken.

En natuurlijk...

...voor koffie.

Eerlijk? De koffie in de riads is niet bepaald het hoogtepunt van de dag.

Gelukkig staan op veel plekken langs de route bestelbusjes met een ingebouwde espressobar. Een paar dirham afrekenen, een praatje maken en weer verder.

Misschien wel de lekkerste koffie van de hele reis.

Na ongeveer zes uur rijden bereik ik Boumalne Dades.

Ik ben nog te vroeg om in te checken.

Mooi.

Dat geeft me nog een paar uur om de omgeving te verkennen.

In plaats van mijn spullen uit te pakken, rijd ik meteen door richting Tagdilt.

De hoge steppe-zone

Ik ben hier nog nooit geweest.

Op het eerste gezicht oogt het landschap kaal en leeg. Lage struiken, veel stenen en een eindeloze horizon.

Toch weet ik inmiddels dat je je door zo'n eerste indruk niet moet laten misleiden.

Juist in dit soort landschappen gebeurt vaak veel meer dan je in eerste instantie ziet.

Ik stap uit.

Het is stil.

Heel stil.

Ik pak mijn verrekijker en blijf een paar minuten staan.

Vrijwel direct zie ik een Temmincks strandleeuwerik.

Even later zie ik een ook woestijnleeuwerik.

In een klif langs een wadi broedt een arendbuizerd.

En even later vliegt een lannervalk met een prooi over.

En alsof dat nog niet genoeg is, ontdek ik het nest van de woestijnoehoe.

Wanneer de zon langzaam richting de horizon zakt, rijd ik terug naar Boumalne Dades en check ik in bij mijn Riad.

Morgen begint de zoektocht naar de Sahara-honingbij pas echt.

Daar is ze...

De volgende ochtend laat ik Boumalne Dades achter me en rijd ik richting de Anti-Atlas.

De weg slingert langzaam omhoog naar de Tizi n'Tazazert pas. Achter iedere bocht verandert het landschap. De begroeiing wordt lager, de rotsen krijgen steeds warmere kleuren en er zijn steeds minder mensen.

Regelmatig stap ik even uit.

Gewoon om te kijken.

Dat is misschien wel het leukste aan alleen reizen. Er is niemand die vraagt of we weer verder gaan. Als ik ergens bloemen zie, stop ik. Zie ik een vogel overvliegen, dan pak ik mijn verrekijker. En als een landschap mooi is, blijf ik gewoon even staan.

Net voorbij de pas valt mijn oog op een groep bloeiende planten.

Eigenlijk wil ik alleen een paar foto's maken.

Tot ik een honingbij zie.

En nog één.

Ik blijf even staan.

Zou dit haar zijn?

De bijen vliegen tussen de bloemen van Ononis natrix en Salvia verbenacea. Niet veel later zie ik een werkster terugkomen met oranjegele stuifmeelklompjes.

Ik voel dezelfde opwinding als vorig jaar.

Niet omdat ik voor het eerst een Sahara-honingbij zie.

Maar omdat ik haar opnieuw tegenkom.

Op ruim 2300 meter hoogte.

Dat is precies zo'n moment waarop mijn hoofd meteen begint te werken.

Vrijwel alle literatuur beschrijft Apis mellifera sahariensis als een bewoner van de oasen langs de rand van de Sahara.

Toch sta ik hier midden in een droog berglandschap.

Ik besluit een stuifmeelmonster te nemen.

Voorzichtig vang ik de bij in mijn vangbuisje.

Mooi.

Gelukt.

Denk ik.

Nog voordat ik het een klompje kan afnemen, glipt de bij door het gaasje naar buiten en verdwijnt uit mijn zicht.

Beteuterd kijk ik naar mijn lege vangbuisje.

Tja...

Daar had ik dus niet over nagedacht.

In Nederland gebruik ik precies hetzelfde vangbuisje. Onze honingbijen passen niet door de mazen van het gaas.

De Sahara-honingbij dus wel.

Mijn eerste stuifmeelmonster is binnen enkele seconden weer verdwenen.

Ik moet er maar om lachen.

Soms leer je de belangrijkste lessen gewoon door te doen.

Even verderop zie ik water!

In een droge berglandschap trekt dat meteen mijn aandacht.

Ik loop naar een klein stroompje dat zich tussen de rotsen door slingert. Hier en daar zijn ondiepe plassen achtergebleven.

Als honingbijen ergens water halen, is de kans groot dat ze hier langskomen.

Ik ga bij een plas zitten.

Gewoon wachten op de dingen die komen gaan.

Al snel verschijnen enkele waterhaalsters.

Ze landen heel even aan de rand van het water, nemen water in en verdwijnen weer uit mijn zicht.

Terwijl ik ze volg, zie ik vanuit mijn ooghoek nog iets bewegen.

Twee Afrikaanse groene padden.

Ze zitten in amplexus in een van de plassen.

Wanneer ik beter kijk, ontdek ik zelfs de eisnoeren.

Ik glimlach.

Ik kwam hier voor de Sahara-honingbij.

Maar zoals altijd vertelt de natuur een veel groter verhaal.

De bergen in

Een paar dagen later is het zover.

Samen met onderzoekers van de Universiteit van Marrakesh vertrek ik naar de Hoge Atlas. Vandaag bezoeken we verschillende imkers die met Apis mellifera sahariensis imkeren.

Onze eerste stop is een gemeenschappelijke bijenstand.

De traditionele bijenkasten zijn gebouwd van platte stenen, hout en leem en liggen tegen een berghelling. Ze zen eruit alsof ze er al vele tientallen jaren staan. Veel lijken verlaten. Slechts een paar kasten laten enige activiteit zien.

De gids - en imker - loopt rechtstreeks naar een kast.

Ik verwacht dat hij het deksel zal optillen.

In plaats daarvan klopt hij zachtjes op de voorkant.

Even wacht hij.

Dan klopt hij iets harder.

Nog een keer.

En vervolgens...

steekt hij zonder aarzelen zijn wijsvinger in de vliegopening.

Heel even vraag ik me af of dit wel goed gaat aflopen.

Hij glimlacht.

En legt uit dat dit de manier is om het karakter van een bijenvolk te beoordelen. Hoe later de eerste steek volgt, hoe vriendelijker het volk.

Niet de kleur, maar het karakter

Later die dag bezoeken we een imker die nog hoger in de bergen woont.

Voordat we het erf op kunnen, wordt eerst een koe uit de kleine binnenplaats geleid zodat we veilig binnen kunnen komen.

Op de binennplaats staan enkele bijenvolken.

We tillen voorzichtig een dekkleed op.

Het is eigenlijk nog te koud om de kast uitgebreid te openen. Er ligt nog sneeuw en ook de bijenvolken zijn duidelijk nog klein. Een paar nieuwsgierige werksters komen kijken.

Meer gebeurt er niet.

Geen teken van agressie.

Een van de onderzoekers glimlacht.

"Zie je? Dat is typisch *sahariensis*."

Niet de kleur.

Maar het gedrag.

Die opmerking blijft de rest van de reis door mijn hoofd spoken.

Want eerlijk gezegd had ik vooraf vooral naar de kleur gekeken.

Tijdens deze reis zie ik inderdaad prachtige oranje Sahara-honingbijen.

Maar ik zie ook opvallend donkere exemplaren.

Volgens de onderzoekers zegt dat veel minder dan ik dacht.

Gedrag blijkt veel belangrijker dan kleur.

Gastvrijheid

Na het bezoek aan de imkers rijden we steeds verder en hoger de bergen in.

Het asfalt verdwijnt onder de wielen.

Grindwegen nemen het over.

Regelmatig kruisen kleine beekjes onze route. De grond kleurt dieprood, de vegetatie wordt steeds schaarser en er liggen nog sneeuwvelden.

Het voelt alsof we steeds verder van de bewoonde wereld raken.

Onze laatste stop van vandaag is een appelteler.

Eigenlijk komen we alleen een vat appelazijn ophalen.

Tenminste...

Dat denk ik.

Nog voordat we goed en wel uit de auto zijn, worden we naar binnen geroepen.

Binnen ligt onze gastheer onder de dekens op zijn matras, is hij ziek?

Zoals overal in Marokko staat de thee al klaar.

Even later volgen brood.

Walnoten.

En honing.

Gastvrijheid is hier geen keuze.

Het hoort er gewoon bij.

Pas tijdens het gesprek hoor ik wat er een week eerder is gebeurd.

Onze gastheer heeft een ernstig ongeluk gehad.

Het busje waarin hij zat is van de bergweg geraakt en naar beneden gestort.

En brak daarbij zijn knie.

Terwijl de thee wordt ingeschonken, zie ik af en toe zijn gezicht vertrekken van de pijn.

Hij probeert de pijn te verbijten

Maar het lukt niet.

Toch vraagt hij steeds of we nog thee willen.

Of nog een stuk brood.

Ik weet niet wat ik moet zeggen.

Wanneer we later weer buiten staan, kijk ik nog één keer om.

Het berglandschap is prachtig.

Maar ik zie ook hoe hard het leven hier is.

Die avond ben ik kapot.

Niet van het rijden.

Maar van alle indrukken.

Het beeld van de appelteler spookt nog lang door mijn hoofd.

Zesendertig zwermen

Een dag later rijden we de Anti-Atlas in.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is ook dit een berggebied. Toch voelt het totaal anders dan de Hoge Atlas. De bergen zijn lager, de begroeiing is schaarser en regen valt hier veel minder vaak. Alleen de Draa-rivier voert nog volop water.  Alle andere wadi's die we onderweg oversteken staan droog.

Om de imkers te bereiken verlaten we het asfalt.

Kilometerslang rijden we over stoffige zand- en grindwegen.

Mijn Dacia Sandero houd zich wonderwel goed buiten de gebaande paden.

Hoe verder we komen, hoe leger het landschap lijkt.

Tenminste...

Dat denk ik.

Totdat we aankomen bij een imker.

Zoals altijd worden we eerst uitgenodigd voor thee, brood, olijfolie en honing.

Pas daarna gaan we naar de bijen.

Ik begin te begrijpen dat dit de volgorde is in Marokko.

Niet eerst de bijen.

Eerst de mensen.

De imker laat zijn traditionele bijenkasten zien, gebouwd volgens een eeuwenoude methode. Daarnaast staan ook moderne Langstroth-kasten.

We openen voorzichtig een van de traditionele kasten.

Het volkje is klein.

Onze gids vermoedt dat het volk moerloos is.

Toch zie ik iets anders.

Werksters komen terug met stuifmeel.

Dat maakt me nieuwsgierig.

Stuifmeel betekent broed.

Misschien is het volk toch niet zo hopeloos als het op het eerste gezicht lijkt.

Terwijl we verder praten vertelt de imker iets waardoor ik even stilval.

Vorig jaar heeft hij zesendertig zwermen uit de bergen achter zijn imkerij gehaald.

Zesendertig.

Mijn blik gaat automatisch naar de bergen achter zijn huis.

Rotsen.

Droge beekdalen.

Hier en daar een acacia.

Op het eerste gezicht lijkt er nauwelijks iets te leven.

Maar ineens kijk ik met heel andere ogen.

Hoeveel holtes zouden zich daar bevinden?

Hoeveel wilde bijenvolken leven hier zonder dat iemand ze ooit ziet?

En hoeveel weten we eigenlijk nog niet over de verspreiding van Apis mellifera sahariensis?

Het is misschien wel het meest verrassende gesprek van de hele reis.

Niet omdat mijn vermoeden blijkt te kloppen dat deze bij van nature geen typische oase bewoner is, maar een bergbewoner.

Maar omdat ik opnieuw ontdek hoeveel we eigenlijk nog niet weten.

Juist dat vind ik van deze ondersoort zo fascinerend.

Jagers in de lucht

Ze waren me al eerder opgevallen.

Boven een bijenstand cirkelden tientallen bijeneters.

Marokkaanse imkers zien ze liever gaan dan komen.

Maar ik nam me direct voor om terug te komen.

De volgende ochtend sta ik daarom opnieuw langs dezelfde weg.

De camera hangt al om mijn nek voordat ik uitstap.

En zoek een zo comfortabel mogelijk plekje op de harde grond, tussen rotsen en stekelige planten.

Ik hoef niet lang te wachten.

Hoog boven de bijenkasten hangen de vogels bijna stil in de lucht.

Met kleine vleugelslagen blijven ze tegen de wind in hangen.

Plotseling klappen de vleugels dicht.

Als een pijl duiken ze naar beneden.

Nog voordat ik mijn camera goed heb gericht, vliegen ze alweer omhoog.

Met een honingbij.

Alles gebeurt in minder dan een seconde.

Uiteindelijk lukt het me niet de spectaculaire actiefoto te maken waarop ik had gehoopt.

Een landschap dat je moet leren lezen

Hoe langer ik door Zuid-Marokko reis, hoe meer ik ontdek dat je dit landschap moet leren lezen.

Op het eerste gezicht lijkt het leeg.

Veel mensen zullen vooral steen zien.

Of zand.

Misschien een paar struiken.

Maar als je wat langer blijft staan, verandert dat beeld langzaam.

Dan zie je ineens beweging.

Een woestijnleeuwerik.

Een agame.

Een vette zandrat.

Een honingbij.

Juist omdat alles zo schaars is, valt ieder spoor van leven op.

Misschien vind ik dat wel de grootste aantrekkingskracht van dit landschap.

Het geeft zijn geheimen niet zomaar prijs.

Je moet de tijd nemen.

Zoeken.

Kijken.

Wachten.

En je laten verrassen.

Maar ik zie ook een andere kant.

Overal trekken grote kuddes schapen en geiten door het landschap.

Veel vegetatie wordt kort afgegraasd.

Daarnaast zie ik iets wat me nog meer raakt.

Dwars door de kwetsbare steppe lopen talloze bandensporen.

Niet alleen over bestaande pistes.

Maar kriskras door het landschap.

Terwijl ik op een heuvel sta te kijken naar een witbandleeuwerik, razen zeven Land Rovers met hoge snelheid over de vlakte.

Nieuwe sporen ontstaan naast de oude.

Ik kijk ze na.

En eerlijk gezegd doet dat pijn.

In dit droge klimaat herstelt de bodem zich ontzettend langzaam.

Sporen die vandaag worden gemaakt blijven nog jarenlang zichtbaar.

Alsof dat nog niet genoeg is, zie ik op veel plaatsen plastic afval.

Lege flessen.

Plastic zakken.

Verpakkingen.

Ze waaien door de droge wadi's en blijven hangen tussen de struiken.

Juist omdat dit landschap zo indrukwekkend mooi is, valt het extra op.

Hoe meer ik van dit gebied ga houden...

...hoe moeilijker ik het vind om te zien hoe dit kwetsbare gebied wordt bedreigt.

Even uitademen

Na dagen van bergwegen, lange autoritten en indrukwekkende ontmoetingen merk ik dat mijn hoofd vol begint te raken.

Iedere dag gebeurt er wel iets.

Een nieuw landschap.

Een bijzondere vogel.

Een gesprek met een imker.

De dagen volgen elkaar in hoog tempo op.

Misschien wel iets té hoog.

Ik besluit daarom nog een paar dagen voor mezelf te nemen.

Niet in de bergen.

Maar aan de Atlantische kust.

Mijn bestemming wordt Sidi R'bat, aan de rand van Nationaal Park Souss Massa.

Ik ben vooral op zoek naar rust.

En die vind ik.

Hier geen volle agenda.

Geen lange autoritten.

Geen afspraken.

Alleen de wind.

De zee.

En de vogels.

Ik wandel zonder plan door het landschap.

Af en toe blijf ik staan.

Omdat alles hier zo vanzelfsprekend voelt.

Een groep lepelaars vliegt over zee naar het noorden

Misschien wel naar hun broedgebied in Nederland.

Langs de vloedlijn rennen drieteenstrandlopers en grote sterns scheren over de branding.

Ik pak regelmatig mijn camera.

Niet omdat ik per se foto's wil maken.

Maar omdat ik eindelijk weer de tijd heb.

Misschien maak ik daarom juist nu wel de mooiste foto's van de hele reis.

Niet omdat de soorten spectaculairder zijn.

Maar omdat ik weer echt kijk.

Terwijl ik over het strand loop, ruik ik de zilte lucht van de zee.

Een vertrouwde geur en heel even voelt het alsof ik weer thuis ben.

Misschien heb ik precies dit moment nodig.

Om alle indrukken van de afgelopen dagen een plek te geven.

Pas nu dringt eigenlijk goed tot me door hoeveel ik heb gezien.

En hoeveel vragen er nog zijn.

Meer vragen dan antwoorden

Wanneer ik aan deze reis begon, dacht ik dat ik vooral meer wilde leren over de Sahara-honingbij.

Dat is ook gebeurd.

Maar misschien heb ik onderweg wel iets veel belangrijkers gevonden.

Ik ontdekte dat mijn beeld van deze ondersoort langzaam veranderde.

Ik kwam erachter dat ze niet alleen in oasen voorkomt, maar ook hoog in de bergen leeft.

En misschien was dat wel de grootste verrassing van deze reis.

Dat kleur veel minder zegt dan ik vooraf dacht.

Dat haar gedrag misschien wel veel kenmerkender is.

En dat er waarschijnlijk nog veel meer wilde volken leven dan we nu weten.

Maar misschien is dat nog niet eens de belangrijkste ontdekking.

Steeds vaker merkte ik dat ik niet alleen naar de honingbij keek.

Ik keek naar het hele landschap.

Naar de bloemen waarop ze foerageerde.

Naar de bijeneters die boven de bijenkasten jaagden.

Naar de padden in de tijdelijke plassen.

Naar de mensen die hier al generaties lang samenleven met hun bijen in dit barre landschap.

En misschien is dat eigenlijk altijd al zo geweest.

De Sahara-honingbij verbindt alles wat ik mooi vind.

Natuur.

Bijenhouden

Fotografie.

Verhalen horen.

En uiteindelijk...

verhalen vertellen.

Ik kom terug

Niet alles wat ik vooraf had gepland is gelukt.

Ik wilde een kleine documentaire maken over de Sahara-honingbij en haar leefgebied.

Door het volle programma kwam daar nauwelijks tijd voor.

Ook het verzamelen van stuifmeelmonsters bleef beperkt tot één veelbelovende poging.

Die eindigde met een haalbij die dwars door het gaas van mijn vangbuisje ontsnapte.

Achteraf kan ik er gelukkig om lachen.

Blijkbaar zijn Sahara-honingbijen kleiner dan ik had verwacht.

Dat vraagt de volgende keer gewoon om een ander vangbuisje.

Want één ding weet ik inmiddels zeker.

Ik kom terug.

Niet alleen om alsnog die documentaire te maken.

Niet alleen om stuifmeel te verzamelen.

Maar vooral omdat ik het gevoel heb dat ik nog maar aan het begin sta van het verhaal van Apis mellifera sahariensis.

Wanneer ik terugdenk aan deze reis zie ik niet als eerste de honingbij.

De imker die zonder aarzelen zijn vinger in de vliegopening steekt.

De appelboer die ondanks zijn pijn thee blijft inschenken.

De bijeneters die als pijlen door de lucht schieten.

De zesendertig zwermen in de bergen.

En de stilte van de hoge steppe.

Ruik ik de sinaasappelbloesem van mijn eerste avond.

En de zilte lucht van de Atlantische Oceaan.

Twee geuren.

Aan het begin en aan het einde van dezelfde reis.

Daartussen ligt een verhaal dat nog lang niet af is.

En eerlijk gezegd...

vind ik dat misschien wel de mooiste conclusie van allemaal.

Tot de volgende keer

Wanneer het vliegtuig opstijgt, kijk ik nog één keer uit het raam.

Onder mij verdwijnen de uitlopers van het Atlasgebergte langzaam onder een dun wolkendek.

Ik denk aan de geur van sinaasappelbloesem.

Aan de muntthee.

Aan de appelboer die, ondanks zijn pijn, ons gastvrij ontving.

Aan de imkers die me zo gastvrij ontvingen.

Aan de onderzoekers en studenten van de Universiteit van Marrakesh, zonder wie deze reis nooit hetzelfde was geweest.

Aan de haalbij die me nét iets te slim af was.

Ik glimlach.

Het was een prachtige reis.

Maar eerlijk is eerlijk...

Ik kijk er ook weer naar uit om thuis te komen.

Om mijn vrouw en kinderen weer te zien.

En om alle verhalen, foto's en ervaringen met hen te delen.

Volgens mij kom ik hier nog wel eens terug.


Benieuwd naar mijn eerste reis naar Marokko? Ontdek het hier >>

Reacties
Categorieën