- Hoe herken je het verschil tussen zakbroed en Amerikaans vuilbroed?
- Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen zakbroed en AVB?
- Wat is zakbroed bij bijen?
- Wat gebeurt er met een larve bij zakbroed?
- Hoe vaak komt zakbroed voor?
- Is zakbroed schadelijk voor je bijenvolk?
- Hoe herken je de symptomen van zakbroed?
- Hoe maak je het onderscheid met andere broedproblemen?
- Hoe verspreidt zakbroed zich?
- Welke hygiëneregels helpen tegen zakbroed?
- Wat moet je doen als je zakbroed ontdekt?
- Conclusie: zakbroed herkennen, rustig handelen

Zakbroed
Je opent je bijenkast voor een routine-inspectie en ziet iets wat je niet herkent. Verkleurde larven. Gaten in het broedpatroon. Afdekkingen die verzonken of geperforeerd zijn. Direct schiet er van alles door je hoofd. Wat is dit? Is het ernstig? Is mijn hele volk in gevaar? En de grootste angst van elke imker: kan dit Amerikaans vuilbroed zijn? Je twijfelt, je googelt, en je wilt vooral weten: wat moet ik nu doen?
Het is goed dat je hier bent. Mijn naam is Jeroen Vorstman, ecoloog en imker met meer dan twintig jeer ervaring en op de Bijenclub deel ik praktische kennis om imkers te helpen hun volken gezond te houden.. Omdat de symptomen van zakbroed soms op Amerikaans vuilbroed lijken, is het belangrijk om het verschil te kunnen zien.
In dit artikel lees je hoe je zakbroed snel herkent aan de visuele symptomen, hoe je het verschil ziet met Amerikaans vuilbroed en wat je als imker moet doen als je het in je volk aantreft. Zo weet je binnen een paar minuten of je bijen in gevaar zijn of dat je volk dit zelf oplost, en wat je volgende stap is.
Hoe herken je het verschil tussen zakbroed en Amerikaans vuilbroed?
Voordat we verder gaan: de grootste zorg van de meeste imkers die op zakbroed googelen, is of het misschien Amerikaans vuilbroed (AVB) kan zijn. Dat is begrijpelijk, want beide ziektes veroorzaken verkleurd broed, verzonken afdekkingen en een onregelmatig broedpatroon. Maar de impact verschilt enorm. Zakbroed is meestal onschuldig en lost zichzelf op. Amerikaans vuilbroed is een aangifteplichtige bacterieziekte die zich snel kan verspreiden naar andere volken en waarbij de besmette volken worden gedood en vernietigd, met een vervoersverbod voor bijen in de omgeving.
Gelukkig zijn er een paar concrete verschillen waarop je zelf kunt letten.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen zakbroed en AVB?
Zakbroed en Amerikaans vuilbroed (AVB) worden allebei veroorzaakt door een ziekte in het broed, maar er zijn duidelijke verschillen waarmee je ze van elkaar kunt onderscheiden. Vooral de structuur van de dode larven, de geur en het uiterlijk van het broednest geven belangrijke aanwijzingen. Hieronder lees je waar je op moet letten en wanneer je direct actie moet ondernemen.
De structuur van de dode larve.
Bij zakbroed kun je de dode larve met een pincet voorzichtig als een zakje met vocht uit de cel halen. Bij Amerikaans vuilbroed is de inhoud kleverig en dradig: als je een verdachte cel aanprikt met een lucifer en hem weer terugtrekt, komen er bruingele slijmdraden uit de cel mee. Deze luciferprik is een van de duidelijkste onderscheidende kenmerken.
De geur.
Zakbroed geeft geen uitgesproken geur. Amerikaans vuilbroed verraadt zich vaak aan een lijmachtige geur die je bij het openen van de kast direct kunt ruiken.
De schubben.
Beide ziektes zorgen voor een ongelijk broedpatroon, maar bij Amerikaans vuilbroed spreken we van hagelschot: een raat die eruitziet alsof hij is getroffen door een schot hagel, met veel lege cellen, ingedeukte celdeksels en geperforeerde afdekkingen verspreid door het broednest.
Twijfel je? Bel direct je bijengezondheidscoördinator
Als je ook maar enige twijfel hebt of het AVB zou kunnen zijn, neem dan direct contact op met het meldpunt bijenziekten van Wageningen University & Research (tel. 0317 48 12 79, e-mail: bijen@wur.nl). Amerikaans vuilbroed is aangifteplichtig, en hoe eerder het wordt vastgesteld, hoe kleiner de kans op verdere verspreiding. Zie voor een voorbeeld van hoe zo'n uitbraak in de praktijk verloopt mijn blog over de Amerikaans vuilbroed uitbraak in Drenthe.
Heb je de luciferprik gedaan en is de inhoud van de cel een los zakje dat je er makkelijk uit haalt? Dan is de kans heel groot dat je met zakbroed te maken hebt. In de volgende secties lees je wat zakbroed precies is, hoe je het herkent en wat je eraan kunt doen.

Bijenhouden, iets voor jou?
Investeer niet in een nieuwe hobby zonder eerst onze gratis gids te lezen. Ontdek wat je nodig hebt, wat het kost en hoeveel tijd het vraagt.
Wat is zakbroed bij bijen?
Zakbroed is een virale infectie die wordt veroorzaakt door een virus uit het geslacht Iflavirus. Het virus infecteert de larve tijdens haar ontwikkeling, maar de gevolgen worden pas zichtbaar als de cel al is gesloten en de larve zich zou moeten verpoppen.
Wat gebeurt er met een larve bij zakbroed?
Een met zakbroedvirus besmette larve lijkt zich eerst normaal te ontwikkelen. Pas tijdens het verpoppen gaat het mis. De larve blijft steken in de vervelling en kan zich niet meer tot pop ontwikkelen. Tussen een deel van de losgeraakte huid en het lichaam van de larve hoopt zich vloeistof op. Zo ontstaat het karakteristieke zakje waar de ziekte zijn naam aan dankt.
Uiteindelijk sterft de larve af en droogt uit. Wat overblijft is een donkerbruine tot zwarte gondelvormige schub op de bodem van de cel.
Hoe vaak komt zakbroed voor?
Zakbroed is een relatief veel voorkomende broedziekte, vooral in de eerste helft van het broedseizoen. Vaak verloopt de infectie onopgemerkt en is slechts een klein percentage van het broed aangetast. Veel imkers hebben het zonder het door te hebben weleens in hun volk gehad, omdat het volk de besmette larven zelf opruimt en de ziekte zonder ingrijpen verdwijnt.

Is zakbroed schadelijk voor je bijenvolk?
In de meeste gevallen niet. Zakbroed veroorzaakt gewoonlijk geen ernstig kolonieverlies. Een gezond volk met een goede koningin ruimt de besmette larven op en herstelt zichzelf. Alleen bij ernstige aantasting kan het volk verzwakt raken, en dan is ingrijpen wel nodig. Hoe je dat doet, lees je verderop in dit artikel.
Hoe herken je de symptomen van zakbroed?
Zakbroed herken je vooral visueel. De symptomen volgen een vast patroon naarmate de besmette larve afsterft en uitdroogt. Hoe eerder in dit proces je het opmerkt, hoe makkelijker je kunt inschatten wat er aan de hand is.
1. Kleurverandering van de larve
Het eerste zichtbare teken is een kleurverandering. Een gezonde larve is parelwit. Een met zakbroed besmette larve verandert naar een lichtgele kleur. Dit zie je alleen als je de cel opent of als het volk de cel al heeft opengeknaagd.
2. Het kenmerkende zakje
Dit is het signatuur-symptoom waar de ziekte zijn naam aan dankt. De huid van de dode larve verandert in een plastic-achtig zakje, gevuld met vocht. Je kunt dit zakje voorzichtig met een pincet uit de cel halen, zonder dat het kapot gaat. Deze eenvoudige test is ook een van de duidelijkste verschillen met Amerikaans vuilbroed, waar de inhoud juist kleverig en dradig is.
3. Gondelvormige schubben
Als de larve verder uitdroogt, ontstaat de kenmerkende gondelvormige schub: een donkerbruine tot zwarte, langwerpige rest op de bodem van de cel. De schub ligt los en is relatief makkelijk te verwijderen. Dit is een belangrijk herkenningspunt van zakbroed.
4. Ongelijk broedpatroon
Gezonde werkbijen merken dat er iets mis is en knagen de afdekkingen van de besmette cellen open. Hierdoor ontstaat het typische beeld van zakbroed: een ongelijk broedpatroon met verkleurde, verzonken of geperforeerde afdekkingen verspreid tussen gezonde cellen. Dit is vaak het eerste wat je als imker opvalt tijdens een routine-inspectie.
Hoe maak je het onderscheid met andere broedproblemen?
Niet elk ongelijk broedpatroon betekent zakbroed. Ook een broedloos of moerloos volk kan lijken op een ziek volk, net als schade door varroamijten. Gebruik de combinatie van symptomen om een inschatting te maken: de gele verkleuring, het zakje en de gondelvormige schubben wijzen samen op zakbroed.
Hoe verspreidt zakbroed zich?
Het zakbroedvirus verspreidt zich op twee manieren tussen bijenvolken:
- Via besmet imkergereedschap
Als je met dezelfde kastbeitel of veger achter elkaar door meerdere volken werkt, kun je onbedoeld het virus meenemen van een besmet naar een gezond volk. - Via het verenigen van volken
Als je een besmet volk verenigt met een gezond volk, neem je het virus mee. Controleer altijd de broedstatus voordat je twee volken samenvoegt.
Welke hygiëneregels helpen tegen zakbroed?
Zakbroed is niet zo besmettelijk als bijvoorbeeld Amerikaans vuilbroed, maar goede hygiëne is altijd verstandig. Een belangrijke maatregel is regelmatige raatvernieuwing: het vervangen van een derde van je ratenbestand per jaar, zoals ik ook beschrijf in mijn boek Bijenhouden voor iedereen. Oude raten zijn een bron van allerlei ziekten, en verse raat verkleint het risico op uitbreiding van infecties aanzienlijk.

Wat moet je doen als je zakbroed ontdekt?
Het goede nieuws eerst: in de meeste gevallen hoef je helemaal niets te doen. Zakbroed is een van die broedziektes die een gezond volk vaak zelf oplost. De werkbijen knagen de besmette cellen open en ruimen de dode larven op, waarna het volk gewoon doorgaat met broeden.
Toch is het belangrijk om te weten wanneer je wel in actie moet komen.
Stap 1: observeer het volk zorgvuldig
Tref je zakbroed aan, kijk dan eerst goed hoeveel cellen zijn aangetast. Een enkele cel of een handvol cellen is geen reden tot zorg. Let tijdens je volgende voorjaarsinspectie of routine-controle op:
- Neemt het aantal besmette cellen af of toe?
- Hoe is de algehele conditie van het volk?
- Is de koningin nog aan de leg en ziet het broedpatroon er verder gezond uit?
Als het aantal besmette cellen afneemt, lost het volk het zelf op. Grijp niet in.
Stap 2: zorg voor gunstige omstandigheden
Een volk met goede basisomstandigheden kan zakbroed sneller overwinnen. Concreet betekent dat:
- Voldoende voedsel (voer eventueel bij in perioden van drachtpauze)
- Voldoende ruimte in de kast
- Een sterk broednest met veel werkbijen
Dit sluit aan bij de algemene filosofie die ik op de Bijenclub en in mijn boek Bijenhouden voor iedereen deel: sterke volken zijn veerkrachtige volken.
Stap 3: bij ernstige aantasting, vervang de koningin
Als het aantal besmette cellen blijft toenemen en het volk merkbaar verzwakt, is het tijd voor ingrijpen. Tegen het zakbroedvirus zelf is geen behandeling mogelijk. De meest effectieve maatregel is daarom de koningin vervangen. Een nieuwe koningin brengt niet alleen nieuwe genetica in het volk, maar zorgt ook voor een natuurlijke broedstop tussen het wegnemen van de oude en het aan de leg gaan van de nieuwe. Die onderbreking in de broedcyclus helpt om de infectiedruk te verlagen.

Conclusie: zakbroed herkennen, rustig handelen
Zakbroed is een van die broedziektes die er in eerste instantie zorgwekkender uitziet dan hij is. De verkleurde larven, verzonken afdekkingen en gaten in het broedpatroon zien er alarmerend uit, maar in de meeste gevallen lost je volk het zelf op. Hoe eerder je de symptomen herkent, hoe makkelijker je een inschatting kunt maken en hoe rustiger je kunt handelen.
Veel imkers die zakbroed in hun volk aantreffen, blijven hangen in twijfels. Is dit wel zakbroed of toch Amerikaans vuilbroed? Moet ik nu ingrijpen of afwachten? Heb ik iets fout gedaan? Die vragen zijn begrijpelijk, maar zoals je hebt gelezen: met de luciferhouttest zie je binnen een minuut of je met zakbroed of AVB te maken hebt. En bij zakbroed is de juiste reactie in verreweg de meeste gevallen: observeren, sterke omstandigheden bieden en alleen ingrijpen als het echt nodig is.
Mijn naam is Jeroen Vorstman. Ik begeleid al meer dan twintig jaar mensen bij hun ontwikkeling als imker. Ik weet als geen ander dat het herkennen van broedziektes een van de meest onzekere momenten is voor beginners. Maar wie het verschil kent tussen onschuldige en ernstige ziektes, en weet wanneer handelen wel en niet nodig is, staat een stuk steviger in zijn imkerschoenen.
Wil je meer leren over het gezond houden van je bijenvolk, of zoek je begeleiding bij je eerste jaren als imker? De Bijenclub heeft diverse opties voor je om je kennis te verdiepen en je imkerervaring uit te breiden.
